VMBO gemengd / theoretisch / MAVO
Leerlingen Canisius kiezen nu minder vaak voor het mbo
Om het probleem van voortijdig schoolverlaten in te dammen, zijn de Nijmeegse scholen in het vmbo en mbo het samenwerkingsproject Kiezenopmaat gestart, een programma voor studie- en beroepskeuze. Het Canisius College schreef in dit kader de methode ‘Kieskeurig’ om de derdejaars vmbo-t-leerlingen beter voor te bereiden op hun vervolgopleiding.
“Kieskeurig is een soort assessment waarmee onze leerlingen leren een keuze te maken”, vertelt Kees Kool, conrector van het Canisius College, locatie Berg en Dalseweg (1400 leerlingen op vwo, havo en vmbo-t). Aan het begin van het derde leerjaar krijgen de vmbo-leerlingen een kennismaking met alle vier de sectoren. Dat gaat op een vrij rudimentaire manier, aldus Kool. “Voor de sector Zorg moeten de leerlingen bijvoorbeeld de handen wassen van een andere leerling en insmeren met een handzalf. Of ze moeten de ander een bril op de neus zetten. Vervolgens geven we feedback op hun handelen en evalueren we die activiteiten. Sommige leerlingen gruwelen ervan, ze merken heel goed of ze wel of niet de persoon zijn om in de zorg te werken.” Daarnaast krijgen alle leerlingen een klapper mee naar huis die ze moeten doornemen. Op een speciale website staan opdrachten die de leerlingen thuis moeten maken. “De mentor houdt zicht op de vorderingen van deze opdrachten en bespreekt ze tijdens de mentorgesprekken.”
Meelopen en buddydag
De methode Kieskeurig is onderdeel van Kiezenopmaat, dat in 2007 in Nijmegen werd geïmplementeerd om het contact tussen vmbo-scholen en mbo-opleidingen te verbeteren. Alle derde- en vierdejaars vmbo-leerlingen in de regio, ongeveer vijfduizend, kunnen zich opgeven voor een oriëntatiemoment, een meeloop- en buddydag op het mbo. Bij het oriëntatiemoment krijgen ze uitleg over het beroep en de opleiding. Bij de meeloopdag mogen ze een dagdeel met een klas op het mbo meedoen, waarbij ze aan een mbo-student worden gekoppeld. En bij de buddydag mogen ze met een mbo-student op zijn stage één of twee dagdelen meelopen. Het Canisius maakt niet van alle activiteiten gebruik. Voor het buddyproject bijvoorbeeld geeft een leerling zich sporadisch op. Een belangrijke reden hiervoor ligt in het leerlingenbestand van de school. De locatie Berg en Dalseweg is een scholengemeenschap. “Wij zijn geen brede vmbo en dat maakt onze positie in Kiezenopmaat anders”, zegt Kool.
Vaker naar havo
Meest opvallende uitkomst van Kiezenopmaat voor het Canisius is dat de vmbo-leerlingen veel vaker voor havo als vervolgopleiding kiezen. Ging in het jaar 2006-2007 zo’n 20 procent naar de havo, een jaar later was dat verdubbeld naar 39 procent. Het afgelopen schooljaar heeft liefst 56 procent van de vmbo’ers voor havo gekozen. De trend verrast Kool. “Ik had verwacht dat leerlingen door het grotere contact met het mbo zouden denken van: ‘Ha, dát wil ik’. Maar het tegendeel blijkt waar. Onze leerlingen besluiten de theoretische kant te verlengen.” Is dat een slechte ontwikkeling? Nee, vindt Kool: “Elke bewustere keuze is een betere keuze.” De school wil de Kieskeurig-assessments uitbreiden naar havo en vwo. Met de ontwikkeling wordt volgend schooljaar gestart. Ook in de onderbouw moet meer aandacht komen voor loopbaanoriëntatie, vindt Kool. “We zijn voornemens om hier meer LOB-gerelateerd materiaal voor te ontwikkelen zodat er een betere doorlopende leerlijn ontstaat.”
Kenmerkend VMBO
Hiteq heeft het initiatief genomen om te onderzoeken in hoeverre de kenmerken van vmbo-leerlingen overeenkomen met de kenmerken die worden toegeschreven aan de screenager generatie of generatie Einstein.
Beroep op het VMBO
De beroepskolom lijkt op papier een route van de TGV: herkenbaar, effectief en glinsterend in het landschap. Maar hoe verloopt dat in werkelijkheid? Leerlingen in het vmbo moeten op vrij jonge leeftijd al kiezen voor een sector of een afdeling. Er is maar een klein deel van de leerlingen op het vmbo dat precies weet wat het wil. Uit loopbaananalyses blijkt ook dat driekwart van de leerlingen bij aankomst op het mbo al een keer is gewisseld, geswitched of veranderd van opleiding. Daarbij komt dat leerlingen vaak nog helemaal niet zo bezig zijn met hun beroep, ambities of de toekomst. Dat maakt het voor decanen en mentoren moeilijk om loopbaanoriëntatie en -begeleiding goed vorm te geven. Toch is dat de nieuwe opgave: hoe geven we loopbaanoriëntatie en -begeleiding een nieuwe impuls: hoe krijgen we de jongeren op de goede plek?
Over deze vraagstukken gaat dit boek. Aan de hand van onderzoek en literatuur beschrijven de auteurs diverse aspecten van de loopbaan en de loopbaankeuzes. Experts leveren een belangrijke bijdrage aan de bundel door het verwoorden van hun visie op loopbaan oriëntatie en -begeleiding en van hun praktijkervaringen.
S-TrjcT
S-TrjcT is een online loopbaanoriëntatie-instrument voor het voortgezet onderwijs. S- TrjcT bevat o.a.: LINC (interesse- en competentievragenlijst), Spiegelbeeld vragenlijsten met 360 graden feedback, informatie over opleidingen en beroepen (met interviews en filmpjes) en FIV (Foto Interesse Vragenlijst).
De volgende scholen werken met S-TrjcT:
- Augustinus College, Marieke Snippe (decaan)
- Max J. Schreuder college, Dhr. A. Laar (intern begeleider)
StudieCheck
StudieCheck is een online instrument dat helpt om leerlingen om de juiste mbo-opleiding te plaatsten. Het kan ingezet worden om vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen.
Deze scholen werken met StudieCheck:
- Walewyc-mavo; Ankie van Gisbergen (decaan)
- ROC Aventus
Kiezen moet, zoeken mag? Onderzoek naar keuzeprocessen van jongeren
Om te onderzoeken hoe de keuzeprocessen verlopen bij jongeren en in welke mate de vroegtijdige uitval deels kan worden voorkomen door dit keuzeproces te ondersteunen, is de afgelopen periode een onderzoek uitgevoerd binnen een aantal Lentiz-scholen.
Centraal hierbij stond de beleving van jongeren: Wat zijn hun motieven bij het maken van een keuze? Wie spelen hierbij een rol? Is er een duidelijk doorslaggevend keuzemoment te onderscheiden en is de timing van dit moment goed?
Hebben jongeren een goed beeld van de keuzemogelijkheden en de gevolgen van hun keuze? Wat helpt jongeren wel en niet bij het maken van een keuze? Om de antwoorden op deze vragen te achterhalen zijn interviews gehouden met jongeren, zowel binnen het vmbo als het mbo. Daarbij zijn jongeren uit alle klassen/opleidingen en alle niveaus aan het woord gelaten. In dit artikel worden de resultaten van deze gesprekken weergegeven en gerelateerd aan recente publicaties die op dit terrein zijn verschenen.
‘Door zorgvuldige begeleiding staan we positief bekend bij werkgevers’
Het Clusius College in Castricum is een vmbo-Groenschool maar richt de LOB-activiteiten ook op de andere sectoren. Om deze brede LOB-voorlichting te bewerkstelligen, werkt de school nauw samen met het regionale bedrijfsleven en andere ROC's.
Al vanaf het eerste jaar worden lessen van praktijkvakken aangeboden bij instellingen en bedrijven. "Voor het vak Groenvoorziening mogen onze leerlingen het grote terrein van een GGZ-instelling onderhouden", vertelt vestigingsdirecteur Wim Huiberts. "En voor het waterleidingbedrijf PWN zagen we bijvoorbeeld bomen in de duinen."
De samenwerking met bedrijven en vervolgopleidingen gaat verder dan de agrarische sector omdat 80 procent van de Clusius-leerlingen na het vmbo voor een andere sector kiest dan Groen. De school organiseert ieder jaar een excursie naar het dichtbij gelegen Corus en er zijn veel contacten met zorginstellingen omdat ongeveer een derde van de leerlingen kiest voor de sector Zorg & Welzijn.
Leerlingbezoekdag
Het Clusius werkt nauw samen met de eigen AOC en heeft daarnaast goed contact met diverse ROC's. Ieder jaar is er op school een beroepenmarkt waar ruim 50 MBO-opleidingen vertegenwoordigd zijn. Vierdejaars nemen verplicht deel aan een actieve leerlingbezoekdag op een ROC of AOC naar keuze.
"In het derde en vierde leerjaar lopen de leerlingen diverse stages. Iedere leerling zorgt voor een eigen stage-adres. Dat gaat onder begeleiding van de zeven stagedocenten en de stagecoördinator", vertelt Huiberts. "De leerlingen schrijven van tevoren een sollicitatiebrief en stagedocenten bezoeken iedere leerling op de stageplek. Naderhand vindt altijd een evaluatie plaats met de leerling en de opdrachtgever." Huiberts: "Door deze zorgvuldige begeleiding staan we positief bekend onder de werkgevers en kunnen we overal terecht."
Als Groenschool ook over andere sectoren informeren
Het Clusius College in Castricum is een populaire vmbo-Groenschool met 1100 leerlingen. Maar na het examenjaar kiest 80 procent voor een andere sector dan de richting Groen.
Vestigingsdirecteur Wim Huiberts verklaart de belangstelling voor zijn school door de goede onderwijsstructuur. "Leerlingen boeken goede resultaten." En hij beseft dat de populariteit samenhangt met het feit dat zijn school een overwegend 'witte' school is. Daarmee trekt het Clusius ook leerlingen aan die niet zozeer in de Groensector verder willen. Na het examenjaar gaat minder dan 20 procent van de leerlingen door naar de eigen AOC.
Noodzaak
"De brede uitstroom maakt het noodzakelijk dat wij leerlingen al in een vroeg stadium informeren", zegt Huiberts. De school begint daarom al in het eerste jaar met LOB-activiteiten. Dat gebeurt aan de hand van lesreeksen over beroepen, praktijkvakken op bedrijven, open dagen, stages en bedrijfsexcursies. "Ons doel is dat iedere leerling beschikt over voldoende kennis van de verschillende sectoren en opleidingen, een beroepsbeeld heeft gevormd en de kwaliteiten kent die voor een bepaald beroep nodig zijn."
Ondanks dat het Clusius geen economie, techniek of verzorging biedt, zorgt de school dat de leerlingen al wel met die competenties bezig zijn. Dat kan prima in combinatie met Groen, aldus Huiberts. "Leerlingen met economie-aspiraties, werken bijvoorbeeld in een dierenwinkel. Daar leren ze ook een kasboek opmaken."
Eén jaar nadat de leerlingen van school zijn, neemt de school bij alle leerlingen een enquête af. Daaruit blijkt onder andere dat het vsv-cijfer (vroegtijdig schoolverlaten) verwaarloosbaar is. Iedere leerling heeft zijn plek gevonden.
Van LOB naar loopbaanleren
In het kader van zelfevaluatie en visitatie is op het Heerbeeck College onderzoek gedaan naar de kwaliteit van LOB op hun VMBO-t-afdeling. De bevindingen kunnen inspiratie zijn voor andere scholen om hun visie en beleid mee te ontwikkelen.
Activiteitenplan van het schooldecanaat
Dit beleidsplan beschrijft het LOB-proces van de leerlingen van College de Brink. Het plan wil inzicht geven in de problemen waarmee leerlingen, hun ouders en de decanen te maken hebben. Ook de werkzaamheden van studie- en beroepskeuzebegeleiding zelf worden onder de loep genomen.
